FANDOM


Dutch Baking, Food and Snacks is the sixty-fourth (assuming left to right) skill in the Dutch language tree. .

LessonsEdit

Lesson 1Edit

  • het vla = custard
  • de hagelslag = chocolate sprinkles
  • het appelflap = apple turnover
  • het poffertje = little pancake
  • de vlaai = tart/pie
  • de bakkerij = bakery
  • bakken = to bake

Lesson 2Edit

  • de stroopwafel = caramel waffle
  • het stamppot = mashed vegetables
  • de troost = comfort
  • het eetcafé = eatery
  • de pannenkoek = pancake
  • de rookworst = smoked sausage
  • het café = café
  • lusten = to want

Lesson 3Edit

  • de kroket = croquette
  • de frikandel = hot dog
  • de snackbar = snack bar
  • de friet = fries
  • de portie = portion
  • de brasserie = bistro
  • de kroeg = bar

Lesson 4Edit

  • de haring = herring
  • het uitje = little piece of onion
  • het kraampje = stall
  • het drop = licorice
  • de snoep = candy

ReferencesEdit

Duolingo Lesson: www.duolingo.com/skill/dn/Dutch-Baking,-Food-and-Snacks